Integriteit, een kwestie van leiderschap


Piet Hein Donner is na een open sollicitatieprocedure benoemd tot vicepresident van de Raad van State. De reacties daarop zijn talrijk, de fraaiste omschrijving vind ik die van de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer. Hij stelt dat de vraag van de klagers om een onderzoek in te stellen “uitdrukking geeft aan een breed in de samenleving levende wrevel over de gevoerde procedure”.  Wrevel, enkele synoniemen hiervoor: boosheid, ergernis, gramschap, irritatie, kribbigheid, misnoegen, ongenoegen en spijt. Die maken zo ongeveer wel helder wat er in het land leeft.
En terecht! Buiten Piet Hein Donner heeft geen enkele politiek-bestuurlijke zwaargewicht gesolliciteerd. Natuurlijk niet, die beheersen het spel en weten hoe de hazen lopen. Die wisten dus al lang dat dit een gelopen race was. Dan steek je uiteraard je nek niet uit! Bovendien is Piet Hein Donner een zwaargewicht die gewoon in aanmerking komt voor deze positie, of je dat politiek gezien nu uitkomt of niet. Heb dan als kabinet het lef om Piet Hein Donner gewoon te benoemen. Durf te staan voor je oordeel dat hij gewoon de geschiktste kandidaat voor deze post is.

Uit onderzoek naar integriteit weten we dat integer gedrag in organisaties voor ongeveer voor 50% afhangt van het leiderschap. Het is eigenlijk heel simpel: goed voorbeeld doet goed volgen. Integriteit is een basis voor vertrouwen tussen mensen. Integriteit van leiders is daarmee een belangrijke basis voor het vertrouwen dat mensen in hun organisatie hebben. Wellicht heeft de gevoelde wrevel wel met dit gevoel te maken, dat deze procedure ons vertrouwen in de leiding van de BV Nederland heeft geschonden. In een krantenartikel las ik het volgende: Rutte denkt niet dat de kritiek van de oppositie schadelijk is voor het aanzien van de Raad van State, zei hij desgevraagd. “Over een paar maanden is dat weer weg.” Wellicht geldt dit voor de kritiek van de oppositie, wat betreft de breed gevoelde wrevel wijs ik Rutte op het bekende gezegde: ‘vertrouwen komt te voet maar gaat te paard’.